Het begrip IC valt momenteel minstens iedere minuut. Begrijpelijk, want rond de Coronacrisis is veel te doen. Maar op een IC-afdeling is veel te veel te doen. Het gevolg is, dat verantwoordelijk werk op te weinig schouders terecht komt. Het gaat om mensenlevens en daar kan niet zwaar genoeg aan getild worden.
En comateuze patiënten zijn een als een blok beton niet te tillen. Tijdens mijn studie werkzaam op de longafdeling van het semi-universitair ziekenhuis Leyenburg in den Haag werd ik vaak opgetrommeld om dat type patiënten te helpen omdraaien. Maar met zoveel slangen en bedrading is dat grove tilwerk onderhevig aan grote precisie.
Daarom alle waardering en ontzag voor dit prachtige werk. En ja, we klapten ook vorig jaar. Maar mensen zijn vergeetachtig, gaan dingen gewoon vinden met als gevolg, dat men er nu soms van langs krijgt. Geregeld lees je dit soort verhalen. En iedere keer stijgt bij mij een golf verontwaardiging naar het hoofd.
Zijn we helemaal gek geworden. Van de ratten besnuffeld? Er gebeuren krankzinnige dingen in een land, dat niet bestuurd, maar geadviseerd wordt.
En daar hobbelen we allemaal met de beste bedoelingen ieder onze eigen kant op. Er wordt veel beweerd, gediscussieerd en te weinig mensen moeten teveel doen.
En dan denk ik aan mijn ervaring van een paar weken terug op de IC-afdeling in Rotterdam. Een doodzieke man, volstrekt afhankelijk van de beademingsapparatuur. Naar de mens gesproken kansloos. Maar toch bleef men vechten, op hoop tegen hoop, alles werd letterlijk uit de kast gehaald om hem optimale levenskansen te gunnen. Maar de liefde, die de beide verpleegsters uitstraalden. Hun empathie en geduld. Met voorbijgaan aan de tijd, die verstreek. Er moest worden ‘afgelost’. De dienst van één zat erop. Maar nee, niet de tijd, maar de toestand van de patiënt was bepalend.
De sereniteit op die afdeling, waarover ons aller Diederik Gommers de scepter zwaait zal mij lang bijblijven. Ondanks alle onmacht, ja zelfs agressie gaan deze mensen door. Ze gedragen zich als geroepene. En dat zijn ze ook. En zolang zij hun werk blijven doen, al die mensen in de thuiszorg, in verpleeg- en zorginrichtingen, in ziekenhuizen en klinieken blijf ik hoop houden, leer ik af energie te steken in uitzichtloze discussies met mensen, die hun eigen mening koesteren en stel ik mij open voor die onzichtbare en onhoorbare God, die in weerwil van alles zich laat zien in mensen, die een naaste, een medemens, een mede-lijdende willen en durven te zijn.